~~~
Zou ze kunnen zeggen dat bepaalde spullen haar achtervolgden? Omdat er een ogenschijnlijk onverklaarbare reden was dat ze ze doorlopend tegenkwam? Zo’n leren ding. Een ouderwetse koffer. Zo werden ze allang niet meer gemaakt. Met bruine riempjes om het deksel te sluiten en een zwart handvat om ‘em op te tillen. Zonder wieltjes, je moest ‘em gewoon dragen. Travel light dus, want met te veel spullen tilde je je al snel een breuk.
Eens in de zoveel tijd kwam ze er eentje tegen. Meestal op rommelmarkten of in kringloopwinkels.  De Estafette.

Geef het door.

Ze kocht er nooit meer dan één tegelijk. Ze waren onhandig om mee te nemen op de fiets en thuis wilde ze niet dat iemand haar ermee zag rondlopen. Daarna wachtte de koffer netjes op zijn beurt. Ze liefkoosde hem en streelde het leer van de riempjes, smeerde het in met vet en wreef het op tot het soepel aanvoelde. De binnenkant nam ze uit met lauw water en wat soda. Oude geurtjes verdwenen en maakten ruimte voor nieuwe. Die nog komen gingen.

De ronding van haar buik werd steeds moeilijker te maskeren. Ze streelde er dikwijls over, maar ervan  genieten lukte niet meer. Alle kinderen die geweest waren maakten haar buik er niet mooier op en de desillusies van weleer hielden een donkere wolk boven iedere zwangerschap. Ze deed zo haar best om het voor mekaar te krijgen. Dit kon toch niet voor altijd blijven doorgaan..?

Ze leende boeken van de bibliotheek en zocht op internet naar methodes om het tij te keren. Ze veranderde van eetpatroon en at braaf de koude spinazie, het halfrauwe, nog bloedende rundvlees en beschimmeld rozijnenbrood met overrijpe tomaten- en pepertapenade. Ze kokhalsde bij het vele en vieze eten dat ze dagelijks naar binnen werkte. Maar het moest. Alles om het lot gunstig te zijn. Deze keer zou het lukken.

Op kantoor merkten ze er al niets meer van, of deden ze net alsof? Ze had het wel gezien, die blikken van medelijden als het weer eens was misgegaan.
Aan de andere kant kon zij haar afgunst niet meer onder stoelen of banken steken bij elke Joep, Gideon of Luc die er werd geboren. De blauwe slingers en ballonnen maakten haar krankzinnig van jaloezie. Misselijk van afgunst en het overeten kwam ze thuis, waar ze zich vol overgave toch weer op haar dieet stortte.

Voor het slapen gaan nam ze een rituele douche waarbij ze haar lichaam waste met de meest agressieve huishoudelijke middelen. Zo reinigde ze haar ziel, had ze gelezen. Ze poetste haar tanden met zand, zeep en soda tot het tandvlees bloedde. Haar lichaam gloeide hevig zodra ze in bed lag. Vaak kon ze niet slapen van het brandende gevoel op haar huid en in een trance bracht ze de nacht door om pas tegen de ochtend totaal uitgeput in slaap te vallen.

Lang kon ze haar buik goed verhullen. Dat kwam natuurlijk ook omdat ze van nature al niet de slankste was.
‘Je bent zeker een beetje aangekomen, Erica,’ zeiden collega’s tegen haar. Dan knikte ze en schoof het net gekregen gebakje van zich af, bedankte voor de aangeboden bonbon en nam geen suiker meer in haar koffie.
De dagen erna droeg ze wijdvallende truien. Ze was het vragen en uitleggen beu. Wat moest ze zeggen? Dat ze opnieuw een kind verloren was?

Zodra het begon liep ze rondjes door de kamer. Ze pufte en zuchtte en kneep haar duimen in de palmen van haar handen. Het samentrekken ging gepaard met helse pijnen. Dit was God’s manier om haar te straffen, spookte het continue door haar hoofd. Met de Bijbel in haar hand prevelde ze gebedjes en hoopte op verlichting.

Laat de kinderen tot mij komen.

Maar deze wilde ze zo graag houden.
Ze zou hem Marcus noemen, zo had ze beloofd in een van haar gebeden en hoopte Hem op die manier  tevreden te stellen.
De pijn werd heviger en sneed aan alle kanten door haar buik. De golven rolden sneller achter elkaar aan en de storm woedde overweldigend. Na uren en uren rondjes lopen kon ze zich niet meer staande houden en zakte ze door haar knieën. Op de grond liggend kermde ze langgerekt en wiegend probeerde ze de pijn weg te zuchten. Ze was eraan gewend geraakt en wist precies wat ze moest doen. Nog even volhouden tot de weg naar buiten vrij zou zijn.

Ze trok haar knieën dicht naar zich toe en perste met al haar kracht het wezen naar buiten. Daar lag het roerloos op de grond. Even durfde ze niet te kijken. Huiverig om datgene te zien waar ze al die maanden zo bang voor was. Toen boog ze zich eroverheen en keek ze.
Nee. Geen meisje, hoorde ze iemand schreeuwen, zich niet realiserend dat zij het zelf was die het had geroepen. Ze keek opnieuw en zag dat bloeddoorlopen ogen haar doordringend aankeken. Vlak onder de nog natte haartjes zaten de kleine hoorntjes die het telkens meteen verrieden. De handjes van het kind graaiden wild om zich heen en de lange nagels van de baby krasten over haar arm. Ze pakte het spartelende bundeltje op en drukte het stijf tegen zich aan. Ze hoopte dat het iets in haar zou losmaken. Dat ze iets zou voelen. Onvoorwaardelijke liefde, genegenheid, de aangeboren drang om er voor te zorgen.
Tevergeefs. Het kwam niet.
De baby probeerde te ontsnappen, naar adem te snakken, maar gaf al snel op. Het warme lijfje werd slap in haar omhelzing. Nog één laatste blik deed haar beseffen dat de uitstulpingen op het hoofdje verdwenen waren. De half open oogjes waren niet meer rood, maar donkerblauw.

De koffer stond al klaar. Op de bodem lagen oude kranten en een groot badlaken. Ze wikkelde het blauwe lichaampje stevig in en dekte het hoofdje af met de punt van de handdoek. Naast het kindje legde ze een gele knuffelbeer. Daarna sloot ze behoedzaam de koffer en bracht deze naar zolder.
‘Fijn bij je zusjes,’ zei ze zacht en schoof de koffer naast de andere zeven.

© Jolka

~~~

Voorgedragen tijdens de presentatie van ‘Het Keerpunt’. De verzamelbundel, met daarin o.a. mijn verhaal
‘Over de muur’, is te bestellen via LetterRijn of  bij Bruna (op papier en als ebook.)

~~~

Advertenties