.

~~~

Mijn lijf schreeuwt. Hartverscheurend. Elke spier, iedere vezel doet me zeer, mijn tanden en kiezen janken in mijn mond. De minste of geringste beweging die ik maak geeft me onbeschrijfelijk veel pijn. Alleen al eraan denken kan het gevoel evenaren.
Langzaam trek ik mijn knieën hoog op tegen mijn borst en terwijl ik zachtjes huil, wieg ik mezelf heen en weer.

Even heb ik geen flauw benul van plaats en tijd en moet ik meer dan mijn best doen me te laten beseffen dat ik gewoon in mijn eigen bed lig, thuis, dat het avond is en de laatste vrijdag van de maand.
Als ik me maar goed concentreer herken ik mezelf in mijn spiegelbeeld, zie ik nog steeds haar die ik niet wil zijn en voel ik de honger minder. Maar lang houd ik dat niet vol. Iets in mij blijft het maar roepen.

Ik dacht nog wel dat ik het tot in den treure zou kunnen weerstaan.
Ik ben sterker dan mijn verlangen naar voedsel!
Maar hoe langer ik wacht, hoe groter mijn trek. De drang naar eten is er nog steeds. Lang had ik de ijdele hoop dat het uiteindelijk helemaal zou verdwijnen.
Het gerommel in mijn maag wordt gestaag luider. Mijn bloedvaten jeuken, m’n huid lijkt bezaaid met kriebelende insecten. Ik krab, tot bloedens toe, maar het helpt niets.
Gisteravond, na het douchen, wreef mijn moeder me droog, toen ze als uit het niets een kreet slaakte. Geschrokken draaide ik me om op de stoel waar ik op zat – ik kan maar een paar minuten op mijn benen staan – en keek haar aan. Haar gezicht was gevuld met afschuw, weerzin, terwijl ze met wijd opengesperde ogen alleen maar kon kijken naar de grote pluk haren in de handdoek.

Mijn vader is des duivels en vloekt en tiert haast heel de dag. Hij denkt me op die manier te kunnen laten eten. Hij, die mij vroeger nog wel eens bestempelde als ruggengraatloos en zwak, probeert me nu zijn wil op te leggen. Mooi dat hem dat niet lukt, wat hem furieus maakt!
Mijn moeder huilt in stilte en zegt dat het allemaal haar schuld is. Ik weet niet wat ze daarmee bedoelt en zeg haar dat ze er niet zo’n drama van moet maken. Ik heb toch geen eetprobleem!?
Mijn spiegelbeeld laat me steeds opnieuw weten dat ik er nog lang niet ben, dat er nog véél meer af kan.
Ik eet echt niet zo weinig als men beweert, hoor. Ik eet alleen veel bewuster dan al die anderen, gezonder. Ik kauw het langer – ieder hapje 44 keer – en spoel het weg met 3 grote slokken water.
Magerder, nóg magerder wil ik zijn.

Sinds enkele maanden ben ik niet meer ongesteld. Ik las op de site dat dat een goed teken is, dat je dan definitief bent begonnen met het jezelf opeten. Mijn spiermassa is al weer afgenomen met een procent en de BMI-meter geeft standvastig aan dat ik een ernstig ondergewicht heb. Dat mijn hart regelmatig steekt en ademhalen steeds moeilijker wordt leg ik nonchalant naast me neer.
Wondjes genezen niet meer zo snel en ontsteken vaker. Mijn mond doet pijn en eigenlijk moet ik naar de tandarts, maar hij zal zeker zien wat ik al die tijd heb gedaan: maagzuur is niet erg vriendelijk voor m’n gebit, heb ik gemerkt.
Ik lieg en bedrieg iedereen die me lief is, want opgenomen worden wil ik natuurlijk niet. De sondevoeding zal me beslist laten groeien en dat is het laatste wat ik wil.
En toch… er moet iets gebeuren.

Ik ben verworden tot wat ik nu ben door één simpele handeling van een paar jaar geleden. Een handeling die later een verslaving zou worden en me nu in zijn greep heeft. De controle ben ik inmiddels kwijt. Ik ben geen baas meer over mijn eigen lichaam, het beheerst mij.
Mijn lijf geeft het overduidelijk aan. Ik moet eten, anders ga ik dood. En die dood, is mij verteld, zal verre van aangenaam zijn. Het is tijd. Ik ga eten.

© Jolka ’10

 


Advertenties