.

~~~

Ik heb haar al vanaf mijn 6e verjaardag. Gekregen van mijn oma.
‘Rosie’ noemde ik haar.
Dat stond op de doos waarin ze zat.
Mijn moeder vond dat jarenlange ‘getrut’ met poppen, haartjes kammen en andere kleren aantrekken verspilling van tijd. Daar tegenover stak zij al haar tijd in de verzorging van mijn broertje: vertroetelen, aankleden en haartjes kammen.
Plat op zijn hoofd met een scherpe scheiding naar links.
Veel meer ‘getrut’ dan ik met mijn pop.

Mijn broertje en ik schelen 5 jaar. Mijn moeder noemt hem een Godswonder.
Ik noem hem een verwend nest.
Hij mocht werkelijk alles, ik nagenoeg niets.
Hoe harder hij om iets gilde, hoe eerder hij het kreeg. Dat kon me behoorlijk steken, maar het laten merken deed ik niet.
Op zijn kamer stond zeker voor tienduizend Euro aan Lego. Hij bouwde het in elkaar en zette het op een van de vele planken die mijn vader tegen de muren had geschroefd.
Ermee spelen deed mijn broertje nooit; dat vond ie zonde.
Toen hij ouder werd kwam er technisch Lego bij. Opnieuw bouwde hij het in elkaar en zette het te kijk op zijn kamer. Met penseeltjes stofte hij de bouwsels – duizenden en duizenden nopjes – af.
Ik hoefde er maar naar te wijzen en hij werd bijkans hysterisch.

Op een zaterdagochtend was hij schreeuwend de trap afgerend.
Er miste een lampje van de politieboot.
Niemand wist in eerste instantie waarover hij het had. Hij eiste dat we mee naar boven gingen.
Daar, in zijn slaapkamer wees hij naar het desbetreffende stuk speelgoed
bewijsstuk 1
en schreeuwde hij dat er een lampje miste.
Een rood, doorzichtig stukje plastic. Links zat het wel, rechts niet.
Mijn moeder keek naar mij. Of ik hier iets vanaf wist.
Nou ja zeg! Wat zou ik nou met die stomme Lego moeten??
Maar echt geloven deed ze me niet, waardoor mijn broertje mij ineens ook argwanend aankeek.
‘Misschien zit het in de stofzuiger,’ opperde mijn vader.

Niet veel later was de overloop veranderd in een stofwolk, waarin – ja hoor! – het rode lampje werd gevonden.
Excuses voor de valse beschuldiging heb ik nooit gekregen.
Mijn broertje kreeg een nieuwe doos Lego.
Voor de schrik.

Die ene pop die ik had hield ik angstvallig verborgen in mijn matras. Met een stomp schaartje had ik er een gat in gemaakt en stopte Rosie daar iedere ochtend in, doodsbang dat mijn broertje op mijn kamer zou komen terwijl ik op school zat.

Die nachtmerrie kwam uit toen ik naar een schoolfeest was. Toen mijn vader mij om elf uur ophaalde vertelde hij me dat er iets ergs was gebeurd.
‘Pap,’ zei ik, ‘ik ben 16. vertel het me nou maar gewoon.’ Ik dacht dat de goudvis dood was. Zoiets.
Stilzwijgend luisterde ik toen mijn vader me vertelde dat hij Rosie had gevonden op de kamer van mijn broertje.
Haar armpjes waren eraf gerukt en verbrand. Hij had ze in de prullenbak gevonden toen hij bij mijn broertje was wezen kijken.
‘Ik rook brand,’ zei mijn vader.
Ze waren tot aan de ellebogen weggesmolten.
‘Hij krijgt hier straf voor, schatje,’ zei mijn vader, toen ik nog steeds niets had gezegd; de brok in mijn keel belemmerde me het spreken.

Zijn straf? Een week lang geen toetje vond mijn moeder meer dan genoeg. Mijn vader had hem strenger willen aanpakken, maar één blik van mijn moeder legde hem het zwijgen op.

De poppendokter kreeg tranen in zijn ogen toen mijn vader hem het verhaal vertelde.
Ik huilde hartverscheurend met hem mee.
Dat hij Rosie weer mooi maakte, daar was ik zó blij om dat ik hem om zijn hals ben gevlogen.
Ik zou haar nooit meer uit het oog verliezen.

Mijn broertje is de hele week uit logeren. Mijn vader is aan het werk en mijn moeder gaat koffiedrinken bij tante Trui.
‘Ik ben tegen de middag weer thuis,’ had ze tegen me gezegd.
Ik heb dus niet veel tijd.
In de slaapkamer van mijn broertje breek ik ieder met zorg in elkaar gezet bouwsel in tweeën. De ene helft gooi ik in een vuilniszak. De andere helft zet ik weer netjes terug op de plank.
Na een uur heb ik twee volle zakken Lego die ik met veel moeite – nooit geweten dat plastic zó zwaar kon zijn! – naar beneden til en achterin de tuin tussen de struiken verstop.
Morgen maar wat vroeger opstaan om ze langs de kant van de weg te zetten, tussen de andere vuilniszakken.

© Jolka 03-02-’10