***

~ Sofie ~

Het is mijn grootste geheim. Als ik er met iemand over zou praten zou men mij op z’n minst voor gek verklaren.
Dus hul ik mij in zwijgen. Dat kan ik goed.
Mijn zwijgen is niet zo heel erg moeilijk; vriendinnen heb ik niet, Max heeft het veel te druk met zijn werk en mijn zus woont aan de andere kant van het land, waar ze haar gezinnetje vertroetelt.
Zij wel.

De trut.

Met veel zorg knip ik alle berichtjes uit de krant en plak ze met een stukje doorzichtig plakband op de muur.

‘Nederland in de ban van seriemoordenaar’

‘Wanhopig op zoek naar getuigen’

‘Seriemoordenaar slaat opnieuw toe’

‘Politie tast volledig in het duister’

‘Moorden kledingzaak blijven onopgelost’

Het zijn er al best veel.
Ik koop ieder dagblad waarin ze het over jou hebben. Hele theorieën zijn er al op je losgelaten.
Voer voor psychologen, noemen ze je. Ze praten over het hoe en vooral het waarom.
Ik weet waarom. Ik ken de kick, de roes waarin je terecht komt wanneer je iemand doodt. Het verwijdt je pupillen, pompt extra adrenaline in je bloedbaan, laat je hart sneller en sneller slaan. Je raakt… opgewonden.

Ik strijk met mijn vingers langs de krantenknipsels op de muur. Liefkozend.
Het is wat ik wil. Jij bent ’t die ik wil! En blijkbaar wil het lot dat ook!
Ik, die al maanden naar jou op zoek is, die haast gek word als er weer een dag voorbij is gegaan zonder dat ik
je heb gevonden. Het werd een kwelling.
Maar je weet wat ze zeggen:

Hoe harder je zoekt, hoe harder het voor jou wegrent.

En dat deed het. Rennen.

Ik strafte mezelf, iedere avond als ik in mijn eentje zat te huilen.
‘Niet janken!’
riep ik furieus.
Ik trok mijn haren met plukken tegelijk uit mijn kop, sloeg mijn achterhoofd tegen de muur en sneed mezelf met een schaar. In mijn bovenbenen.
Daar ziet niemand het.
Het voelde goed. Lichamelijke pijn is te verdragen. Van geestelijke pijn ga je kapot.

Maar het universum bracht ons samen.
Op een dag was Max vergeten zijn laptop mee naar z’n werk te nemen. Ik was niet van plan er in te gaan neuzen.
Echt niet.

Tussen alle forensische documenten was er één bestand dat er uitsprong.
‘Rood, en niet van MB’
heette het. Ik klikte er op.
Natuurlijk was het beveiligd met een wachtwoord.
Ik probeerde eerst onze trouwdag, maar die werkte niet. Toen probeerde ik onze verjaardagen, maar ook die wachtwoorden waren niet goed.
‘Het zal toch niet…?’ zei ik luidop, nadat ik even had nagedacht en typte toen
‘Arnhemse boys’ in…

*Plingel!*
riep de laptop en er opende een tekstbestand. Mijn ogen rolden zowat uit hun kassen.

Het is me gelukt!

Ik heb alles over jou gelezen, maakte aantekeningen, las het nog eens en verbond punt A met B en C, en weer terug.
Ik zag meteen dat je het meest op donderdag optrad.
Lekker, vlak voor het weekend, zodat je kon uitrusten en herstellen.
Ze hadden vast hun nagels in je vlees gezet. En hoe leg je zoiets uit op je werk?
Ik trok een lijn op een plattegrond en zag tot mijn verbijstering dat je komende donderdag mijn stad zou bezoeken.
Dit was geen toeval meer!
Het moest een teken zijn, dat kòn niet anders!
Behoedzaam heb ik Max’ laptop weer dicht gedaan. Hij mocht beslist niet weten dat ik eraan had gezeten…

Ik liep de zoveelste kledingzaak binnen en keek zoekend om me heen. De winkel was leeg.
De prijskaartjes waren handgeschreven. Dat zei al genoeg.
‘Kan ik u helpen?’ vroeg de verkoopster, terwijl ze me van top tot teen afkeurend bekeek. Ik schudde mijn hoofd.
Ik pakte een niemendalletje uit het rek en liep ermee naar de paskamers.
Ik rook het meteen.
Bloed.
Ik schoof een gordijn opzij. Als enige van alle pasruimtes was deze gesloten.
Ze hing daar, met haar hoofd in de muur leek wel. Ik realiseerde me dat ze aan een haakje hing, zo eentje waaraan je je jas of je tas ophangt wanneer je iets gaat passen. Ze was haast helemaal naakt en flink bewerkt met iets scherps.
‘Wat prachtig,’ fluisterde ik geëmotioneerd.
Ineens was jij daar.
Ik hoorde je met grote passen de winkel inlopen. Ik wilde het pashokje uitgaan, toen een stem mij deed verstijven.

‘Bent u iets vergeten?’ hoorde ik de verkoopster zeggen.
‘Jazeker,’ zei daarna een mannenstem.

Ik gluurde de winkel in, het gordijn zat niet helemaal dicht. Je haalde een mes tevoorschijn en ik wist ogenblikkelijk dat ik je gevonden had. Ik deed een pas naar achteren en ging op het bankje zitten, naast het nog warme lichaam van de vrouw. Mijn voeten trok ik op. Ik sloeg mijn handen om mijn knieën en keek gefascineerd naar jouw handelingen.
Je stak het mes tussen haar ribben, in haar linker long.
Dan kan ze niet meer schreeuwen. Wat goed van je!
Je stak het nog een paar keer in haar lichaam. Kort, snel, krachtig, met enkele draaibewegingen.
Ik rilde van opwinding, klappertandde. Een overweldigende sensatie maakte zich van mij meester.
Ik sloeg mijn hand voor mijn mond; ik wilde niet dat je zou worden afgeleid door mijn kreten van verrukking. Een golf van genot trok door mijn lichaam.
De vrouw viel als een lappenpop voor je voeten op de grond. Ik zweer dat ik haast een orgasme kreeg toen ik zag hoe je daarna het bloed van het mes likte.
Ineens keek je om je heen. Met je neus in de lucht. Even dacht ik dat je mij had opgemerkt. Geroken.
Maar je zag me niet.
Je stopte het mes weg en verliet de winkel.
Oh mijn god! Daar was je! Nog geen 15 meter bij mij vandaan!!

Mijn plan zal slagen, ik weet het zeker. Helemaal omdat Max zo onvoorzichtig is met zijn laptop.
Hij is je op het spoor, denkt ie. Maar daar ga ik een stokje voor steken. Ik zal je helpen. Omdat ik je aanbid, van je hou, de grond kus waarop jij loopt!

Ik open de krant van vandaag en blader door naar pagina 18.
Met mijn wijsvinger glijd ik over de advertenties en stop bij die van mij.
Hij staat erin!!

Boetiek ‘Dressed 2 kill’. De smaak van bloed
blijft lang in je mond hangen, is het niet?
Mijn man zit je op de hielen. Zoek me op!!

© Jolka ’09

(Eerder gepost op Hyves 10-09-2009)

* Dit is het directe vervolg op Peters ‘Kill & Rush’
* Het vervolg op dit verhaal: ‘Serial Groupie’


Advertenties