* Glas *

~~~

Het ijs onder haar lichaam kraakte vervaarlijk. Dat het koud was zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar zo voelde het niet. Haar hoofd kon ze niet optillen, evenmin was er in de rest van haar lichaam beweging te krijgen.

Sta nou op! schreeuwde een stem in haar hoofd, maar haar lijf weigerde dienst. Zwart ijs drukte tegen haar wang en nog steeds hoorde ze het kraken, diep in haar hoofd. Het zou niet lang meer duren of het zou breken, haar onder de dikke, bevroren laag schuiven en verzwelgen, de diepte in.

Naar het zwarte gat zwemmen, dat moest ze doen. Maar hoe dan? Ze kon zich immers niet bewegen. In haar hoofd probeerde ze terug te halen hoe ze op het meer terecht gekomen was. De ruis in haar oren en de mist in haar herinnering vertroebelden echter de beelden die ze trachtte op te roepen. Ze balde haar vuisten en deed een poging om op te staan. Maar ze kon de kracht niet vinden.

Hoe troebel haar blik ook was, toch ontwaarde ze figuren onder de dikke laag ijs. Witte en donkere schimmen die vreemde vormen hadden, maar waarvan ze niet kon plaatsen of ze ze eerder had gezien.

Opnieuw probeerde ze haar gedachten te ordenen, maar kon zich amper herinneren wat er was gebeurd.

Ze hadden ruzie gehad, Daniël en zij – om dat stomme glas natuurlijk – en hij had haar hardhandig de keuken uit geduwd. Read more…

* Over de muur *

~~~

In mijn slaap ben ik vrij. Altijd. Ik droom van vliegen over wolken, met wijd gespreide armen, rennen in de wind, zo hard dat mijn voeten de grond amper raken. Ik leun met mijn rug tegen een boom en zie alles om mij heen zo helder als ik niet eerder deed. Ik hoef niet veel te doen, alleen maar dat ene. Een eerste stap.


T
oen ze me vertelden dat ik nooit meer naar buiten mocht, dacht ik dat ze me voor de gek hielden. Dat moet een grap zijn. Nooit meer naar buiten? Dat kon toch niet? Ik moest naar school, ze zouden me daar toch missen?
Maar niemand kwam. Misschien ook wel, maar daar heb ik nooit iets van gemerkt. Alles gebeurde stiekem, heimelijk, in het geniep. Als je 8 bent is dat soms nog best wel spannend.
Mijn moeder bracht me te eten. Eenmaal per dag kwam ze bij me langs en voorzag me van brood, een kop lauwe thee en een appel. Ik heb ooit gedacht dat ze van me hield. Maar dat deed ze niet. Welke moeder laat haar kind dit doorstaan? Dan ben je geen moeder. Of je hebt geen hart. Dat kan natuurlijk ook. Read more…

* Meisjes *

~~~
Zou ze kunnen zeggen dat bepaalde spullen haar achtervolgden? Omdat er een ogenschijnlijk onverklaarbare reden was dat ze ze doorlopend tegenkwam? Zo’n leren ding. Een ouderwetse koffer. Zo werden ze allang niet meer gemaakt. Met bruine riempjes om het deksel te sluiten en een zwart handvat om ‘em op te tillen. Zonder wieltjes, je moest ‘em gewoon dragen. Travel light dus, want met te veel spullen tilde je je al snel een breuk.
Eens in de zoveel tijd kwam ze er eentje tegen. Meestal op rommelmarkten of in kringloopwinkels.  De Estafette.

Geef het door.

Ze kocht er nooit meer dan één tegelijk. Ze waren onhandig om mee te nemen op de fiets en thuis wilde ze niet dat iemand haar ermee zag rondlopen. Daarna wachtte de koffer netjes op zijn beurt. Ze liefkoosde hem en streelde het leer van de riempjes, smeerde het in met vet en wreef het op tot het soepel aanvoelde. De binnenkant nam ze uit met lauw water en wat soda. Oude geurtjes verdwenen en maakten ruimte voor nieuwe. Die nog komen gingen. Read more…

* De Appelgaard *

.

~~~

~

‘Fate is the friend of the good, the guide of the wise, the tyrant of the foolish, the enemy of the bad.’ (William R. Alger)

~

Ze was gestruikeld en tot haar ontsteltenis zag ze dat ze bijna in de gevaarlijk puntige wortels van de boom terecht gekomen was. Ze zou gespiest zijn en het beslist niet hebben overleefd. De dode wortels zaten op borsthoogte en eenmaal daar geraakt zou ze niet eens meer om hulp kunnen hebben geschreeuwd.
Niet dat dat ertoe deed. Immers: wie zou haar hier überhaupt, op deze godvergeten plek kunnen horen? Misschien was het allemaal wel een vooropgezet plan geweest en had hij daarom de appelgaard van zijn vader gekocht. Veel appels groeiden er immers niet meer; de grond was armer als de eerste de beste zwerver en veel van de bomen, die ooit het sappigste fruit van heel de streek hadden geleverd, waren dood. Verdord, tot lege stronken verworden, hol gevreten door parasieten.
Wat had hem in godsnaam bezield?
Hij wilde de eenzaamheid, bewust afgelegen zijn.
Ze wist het zeker.

Eens komt de dag dat het allemaal voorbij is. Dan zul je me nooit meer vernederen. God werkt op mysterieuze manieren. Ik bid er elke dag voor, dat Hij je zal laten ophouden, jou tot inkeer laat komen.
‘Geef me een kind!’ schreeuw je me telkens toe, maar mijn lichaam doet niet mee aan jouw wil. Read more…

* Afkeer *

~~~

‘I feed you, I drink you by day and by night
I need you, I need you by sun or candlelight
You protest, you want to leave
You say there’s no alternative’

(‘Obsession’ – Animotion)

~~~

Totale aanbidding, dat was wat ik voor hem voelde. Ik kuste nog net niet de grond waarop hij liep, maar voor de rest kroop ik voor hem. Hij, die knappe zanger, was andersom ook voor mij gevallen. Als het spreekwoordelijke blok.
Maar de liefde is over. We zijn nog geen anderhalf jaar verder.
De euforie van het aan de haak slaan van een beroemdheid sloeg al snel om in teleurstelling. Naast zijn prachtige liedjes ten gehore brengen, die hij vanaf dat moment natuurlijk alleen nog maar voor mij zong, had hij ook een gewone baan.
Als postbode.
Ik kreeg de slappe lach toen hij me op een ochtend wakker kuste en ik zag dat hij zijn uniform droeg.
Ik lachte echter niet meer toen hij nog diezelfde dag bij mij op kantoor verscheen en me een doosje bonbons bracht. Ik schaamde me de ogen uit mijn kop en voelde die van mijn collega’s priemen in mijn rug.
De bonbons heb ik weggesodeflikkerd.
Ik hou niet van puur. Dat ie dat nou nog niet wist. Read more…

.Morgen stop ik.

.

~~~

Wanneer het is begonnen kan ik me niet herinneren, maar dat het ooit begon is zeker, want daarna kon ik er niet meer mee ophouden. Het lijkt onderhand wel een verslaving.
Het werd me dan ook wel heel erg makkelijk gemaakt; de kat op het spek binden vind ik een understatement.

Niemand weet het, niemand merkt er ooit iets van, al is de kans om te worden betrapt natuurlijk altijd aanwezig. Zou dat het zijn? Dat ik kick op het risico om te worden gesnapt? Dat ik dweep op de roes die de adrenaline me geeft?
Ik voel hoe mijn hart in mijn slapen bonst als ik de portemonnee open knip en het geld eruit pak. Ik stop de knisperend verse briefjes van 50 en 100 Euro in mijn bh. Read more…

* De Boodschapper *

Nadat een jongeman zo vriendelijk was geweest om haar koffers bovenin het bagagerek te leggen was ze gaan zitten. Ze knoopte haar sjaal en jas wat losser en wreef haar handen warm. Met lege ogen staarde ze naar buiten. De ramen van de trein waren vies en in het vuil was met krullerige vingerafdrukken en hanenpoten geschreven. In spiegelbeeld stonden er namen van geliefden te lezen, met hartjes en pijltjes. Maar ook scheldwoorden en schuttingtaal.

‘Mag ik hier zitten, mevrouw?’ klonk een stem naast haar.
Ze keek om en zag een jongetje naast de bank staan. Het kind was vast niet ouder dan een jaar of tien en veel te luchtig gekleed voor de tijd van het jaar. Zijn rode broek kwam amper over zijn knieën en het T-shirt liet een stukje van zijn buik zien. De veters van zijn sneakers had hij niet gestrikt, maar diep in de schoenen gepropt. Ze schrok van de blauwe ogen van de jongen. Dezelfde kleur als Niek… Read more…